Geschiedenis

De geschiedenis

Tennis in zijn huidige vorm ontstond in de jaren ’70 van de 19de eeuw in Engeland.
Omdat de weersomstandigheden buiten spelen nogal eens in de weg zaten, begonnen de gegoedere Britse burgers ook al snel zelf binnenshuis varianten op dit nieuwe spel te bedenken.
De salon- of eettafel daarbij diende als tennisbaan, als net werd bijvoorbeeld een rijtje boeken gebruikt, de bal was een bolletje wol of een champagnekurk, terwijl de deksels van sigarendozen dienst konden doen als racket.
Spelfabrikanten speelden spoedig in op dit idee door soortgelijke salonversies van het tennisspel op de markt te brengen, inclusief netje, batjes en bal. Deze spellen kregen bloemrijke namen als “Gossima”, “Whiff Whaff” of “Pim-Pam” mee.
Het grootste probleem bij deze vroege tafeltennis-varianten was de bal. Die was gewoonlijk van rubber of kurk gemaakt. Rubberen ballen stuiterden echter veel te hard en richtten daardoor in menig huiskamer de nodige schade aan, terwijl hun kurken tegenhangers juist weer niet goed genoeg stuiterden. De meeste van deze spellen stierven dan ook een vroege dood.

Van “Ping-Pong” tot tafeltennis

Aan het begin van de 20ste eeuw volgde een opleving, vooral dankzij de Engelsman James Gibb die balletjes van celluloid mee naar huis nam van een reis naar Amerika. Deze bleken precies de juiste stuit te hebben.
Onder meer de nieuwe versie van “Gossima”, een spel dat door John Jacques and Son op de markt werd gebracht, wist hiervan te profiteren. De fabrikant gaf het spel de extra naam “Ping-Pong” mee. Deze term, die verwees naar het geluid dat tijdens het spelen werd gemaakt, raakte al gauw ingeburgerd als algemene benaming voor dit type spellen.
De bloeiperiode van het pingpong werd in de kiem gesmoord door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Nadat de wereldorde zich weer enigszins hersteld had, werd het spel in de jaren ’20 echter nieuw leven ingeblazen als heuse sport.
Omdat “Ping-Pong” een geregistreerde merknaam was, werd daarbij voor de naam “tafeltennis” gekozen. Her en der verrezen tafeltennisclubs en -bonden, en in 1926 werden in Londen de eerste wereldkampioenschappen tafeltennis gehouden.

Chinese dominantie

Daar bleek dat tafeltennis allang geen exclusief Brits spelletje meer was. Onder meer dankzij Engelse militairen die het spel mee hadden genomen naar alle uithoeken van de wereld, werd er ook in vele andere landen inmiddels druk getafeltennist.
In die vroege jaren van de tafeltennissport waren het vooral deHongaren die de toon aangaven, hoewel de drievoudige Engelse Wimbledon-winnaar Fred Perry in 1929 in het hol van leeuw — de Hongaarse hoofdstad Boedapest — nog wel de wereldtitel in de wacht wist te slepen.
Na de Tweede Wereldoorlog namen de Aziatische landen al gauw het roer over. In de jaren ’50 domineerden de Japanners achter de tafeltennistafel en in de loop van de jaren ’60 ontwikkelde China zich tot de toonaangevende pinpongnatie. Tot de dag van vandaag weten de Chinezen vast te houden aan hun dominantie in deze sport, die zich sinds 1988 Olympisch mag noemen.

Meest recente berichten